FritsEllen 
Geniet vandaag gisteren is voorbij en morgen is je nooit beloofd!

Winters in de jaren 50/60


Winter.

De winter was altijd een gevecht tussen de natuur en ons als mens. Kwam de vorst in het land dan was het een gevecht om de vorst buiten de deur te houden. De waterleidingen moeten niet bevriezen natuurlijk. Van alles ging er dan om de buizen van kranten tot oude kleding. En dan nog lukte het niet altijd. Vooral de stortbak van de WC welke helemaal achter in ons huis zat aan de buitenmuur, was een probleem. Het ene moment kon je door trekken en het volgende moment was alles één brok ijs. Was het buiten tien of vijftien graden onder nul zat je daar ook poepen met met de zelfde temperatuur.  Het huis was maar enkel steens gebouwd, daar kwamen we later achter en stond gewoon los op de zandgrond, slechts 5 stenen in de grond en dat al ruim 100 jaar, zonder een scheurtje. Achteraf verklaarde dat het probleem dat we het bijna niet warm konden krijgen. En de de kolen vaak sneller op waren dan de bedoeling was. Prachtige ontelbare ijspegels hingen er aan ons rieten dak, waarvan sommige tot aan de grond kwamen! Voor het rieten dak was dat wat minder. Ze waren namelijk behoorlijk zwaar als ze op volle lengte waren. Wel een bijzonder mooi gezicht als je aan de eettafel zat, zo'n prachtig ijs gordijn. Ze kwamen als de zon wat meer kracht kreeg en de sneeuw welke vaak met een dik pak van een halve meter op het dak lag ging smelten. Het zorgde wel voor een soort isolatie!

Onze kachel in de keuken zo'n vrij smalle van onderen en een breed blad van boven werd met kolen en hout gestookt, boven in de plaat zaten een aantal gaten opgevuld met ringen van groot naar klein, waar je dan een pan of ketel in kon hangen. Naarmate de grote van de ketel kwam er een ring bij in of er één uit. Warm water was in de winter altijd bij de hand dus. De ketel werd vol achter op de kachel gezet en iets naar voren geschoven als je het nodig had en in een paar seconden kookte het. Om te koken was een dergelijke kachel ideaal alle temperaturen die je nodig had kon je vinden op het bovenblad van de kachel. De melk pan voor de koffie stond ook meestal op de kachel. Wat ook wel eens mis ging en de melk spontaan over de rand van de pan over de kachel liep. De geur zal ik u onthouden. In onze woonkamer hadden we een gewone kolen kachel. Als je opstond was het meestal uiterst koud laat ik maar zeggen steenkoud, en de eerste klus als je uit bed kwam was het opstoken van de kachel. De aanmaak houtjes lagen altijd in voorraad in het kolenhok, en een pruttel koffie pot met water er op zetten voor de koffie die nog traditioneel gemaakt werd met een schepje Buisman. 

Als je pech had plofte de kachel tijdens het aanmaken en vloog de as de kamer in en kon je ook dat nog eerst opruimen. De as ging altijd over de oprit in de winter dan was het niet zo glad om de heuvel op te komen. Als de aanmaakhoutjes bijna op waren kreeg altijd wel een van de kinderen de opdracht nieuwe te hakken. 

De kolen werden altijd gebracht door de kolenboer Boskamp van de Lochemseweg die met zijn vrachtwagen kwam. Een klein sterk mannetje met een grote vrachtwagen. Hij vouwde dan eerst een zak in een punt op zijn schouder om dan vervolgens de kolen in het voormalige varkens hok op de deel op een hoop te gooien die was omgedoopt in kolenhok daar wij zelf toch geen varkens hadden. De kolenboer was een aardig klein mannetje die door het kolengruis vaak net zo zwart als zijn kolen was in mijn herinnering. De aanschaf van kolen was altijd een aanslag in de beurs van mijn moeder. Werd het hele jaar door geld voor opzij gelegd in een potje. Potjes waren er overal voor en ook nodig anders lukte het niet. Een weekloon van elf gulden was heel normaal in die tijd voor de meeste mensen. De prijs van de kolen werd in de krant bijgehouden en als het een beetje gunstig was werden ze besteld. Ook als er wat geld extra was kon het zijn dat ze iets meer bestelde, het jaar erop werden de kolen duurder dat had ze goed door. In hele strenge winters ( en die waren er bijna ieder jaar) werden er soms meer kolen gebruikt. Moeder berekende dat en wist exact hoeveel kolen kitten er nog in het varkenshok moesten liggen en of we uitkwamen of niet. Dagelijks mochten er niet meer kolenkitten gebruikt worden als er klaar stonden. Liever iets minder warm dan geen brandende kachel. Anders kwam het niet goed die winter. Het beste was om nog wat in voorraad te houden voor de aankomende winter. Ook wat vaker in de keuken verblijven was een optie. Die kachel kon ook met hout bijgestookt worden.

Als het echt heel erg koud was in de winter kon je bepaalde vertrekken in het huis niet warm krijgen. Nu zijn alle huizen overal even warm maar in de jaren ‘50 werden alleen de vertrekken die gebruikt werden verwarmd. Het kon in die tijd vriezen dat het kraakte. Als er weer eens strenge vorst was en mijn moeder de was even in de zon aan de waslijn hing buiten dan was alles  vaak binnen korte tijd stijf bevroren. We hadden een schouw met prachtige antieke wit blauwe tegels. Je moest vlakbij de kachel gaan zitten vaak met de voeten er bovenop en dan had je nog vaak je rug koud. De ramen zaten vaak vol met ijzige bloemen. Het was wel gezellig zo met zijn allen rond de kachel. Dan kon iedereen zijn verhalen van die dag weer kwijt zoals de kattenkwaad die weer uitgehaald was die dag! En wat we op school weer hadden geleerd. Of juist niet ha ha.  Ma zat dan vaak te breien of te haken of gewoon weer eens de sokken te stoppen.

Voeten op de kachel, dikke door mijn moeder gebreide truien aan en lekker warm worden. Heerlijk en gezellig was dat. Prachtige truien kon ze ontwerpen welke door velen gedragen zijn. Iedereen die de truien zag wilde er ook een. Haal maar wol zij ze dan, de maat werd genomen en moeder breide er binnen no time een mooie trui van. Ook meters lange winter dassen breide ze. Allemaal liefdewerk, ze hoefde er niets voor te hebben. De wol is al duur genoeg zei ze dan. Ze kon zich uitstekend inleven hoe ook anderen alle eindjes aan elkaar moeten knopen om een beetje te kunnen leven. Het was de periode dat Willem Drees aan de macht was in het land. De man die in 1947 de noodwet ouderdomsvoorziening heeft ingevoerd. Het was toen nog een noodwet doordat nog niemand had ingelegd en de uitgaven voor de ouderen betaald werden uit de belastinginkomsten. Ook de doorbraak van het pocketboek was in die periode.

Volgende verhaal: Sneeuw, IJs en Schaatsen jaren 50/60

 

   © Frits Stempher


 

E-mailen
Map
Info