FritsEllen 
Geniet vandaag gisteren is voorbij en morgen is je nooit beloofd!

Boer Dommerholt


 De weg volgen over de dijk dan kom je op een kruispunt van de Weertsweg en de Bolmansweg. Vanaf hier ging de  Bolmansweg als zandweg verder en kwam je bij boer Dommerholt.

Boer Dommerholt was een klein breed mannetje met een ronde kop en altijd een pet op, doordeweeks een ander dan op zondag. Altijd een pluk pruimtabak in zijn mond en tijdens het kauwen sijpelde via zijn mondhoeken en de plooien in zijn kin meestal van die bruine drab naar beneden. Een prachtige oude kop welke ik nu ik de fotografie als hobby heb zelden meer tegen kom.

Altijd zijn blauwe boeren kiel aan en een manchester broek met stukken erin genaaid en klompen natuurlijk en een pet op!

Ze hadden maar een paar koeien en kalfjes en een oud paard, een echt Belgisch trekpaard,  een paar varkens en kippen, katten en een keeshond. Allemaal net genoeg om in leven te blijven. Meer heeft een mens ook niet nodig zal ik maar zeggen. Als je bij hen in de kleine keuken aan de tafel op één van de houten met riet bedekte stoelen zat hadden ze naast de kachel de kolenkit staan waar de boer vanaf zijn rookstoel van grote afstand onder het praten precies in kon spugen heel knap vond ik dat toen. Ook hier aan de balken in de keuken hingen, worsten en hammen te drogen.

Je zat altijd in de keuken zoals bijna bij iedereen in die tijd en de kamer werd volgens mij nooit gebruikt. Vanuit het raam keek je op het huis van de familie Derks. Deze familie is net na de watersnoodramp in Zeeland van 1953 naar hier verhuisd. De keuken liep bij hoog water in de IJssel, onder water. Alles moest dan naar hoger gelegen kamers gebracht worden.

Van de keuken liep je een gang in naar de mooie kamer en de slaapkamer en rechts zo de stal in. Direct rechts op de deel was het schijthuis met een houten deur met een hartje erin. Een houten kist met een gat erin waar een houten deksel op zat. Als je die eraf haalde zag je alle stront van je voorgangers liggen. Maar het gekke was je rook er bijna niets van.

Als wc papier hingen er reepjes krantenpapier, daar kon je, je kont mee afvegen. Wel handig natuurlijk, je had altijd wat te lezen. Aan de rechterkant stond ook het paard en aan de andere kant een stuk of vijf koeien. De hakselmachine om de bieten te malen stond er ook. De zolder zat altijd vol met hooi. Als klein kind heb ik met het paard vaak mee mogen helpen ploegen en maaien, hooi schudden en eggen enz. Het gras en haver en rogge werd met de maaimachine gedaan met het paard ervoor. Het had twee ijzeren wielen en een zitje waar je lekker achter het paard kon mee hobbelen, het zat op een soort veer. Als dat paard geen zin meer had kon je het vergeten dan liep hij geen meter verder meer. De rogge en haver en de gerst werden meestal met de sikkel gemaaid. Vervolgens liepen we dan over het land om precies zoveel strohalmen te pakken voor een bos waar je dan weer een bosje stro omheen deed met een draaiende beweging om alles bij elkaar te houden. Dan werden ze allemaal in schoven van vier a vijf bossen rechtop bij elkaar gezet. Dit om ze nog wat verder te laten drogen voordat ze gedorst werden. Je kreeg er altijd wel een paar in je kleren en dat kon goed prikken. Je kwam ook helemaal onder de krassen thuis na een middag helpen. Regelmatig mocht ik mee naar de molen van de familie Noordkamp. Ook toen ik iets ouder was alleen, je zat dan heel stoer op de bok dacht dan dat je het paard zelf stuurde maar hij kende de weg precies en bracht je na een bezoek aan de molen doorlopend scheten latend vanzelf weer naar huis. 

Als klein ventje als we achter het paard liepen, riep de boer constant: vort, god verdomde rot knol, vort lopen g.v.d enz. Als klein ventje van een jaar of vijf à zes nam je dat natuurlijk gauw over.

Wat mijn ouders natuurlijk minder leuk vonden want die hadden daar juist een vreselijke hekel aan. Maar ja daar was ik al snel zelf achter. Als kind neem je al snel iets aan van een ander puur doordat je zelf die kennis nog mist. Ook kreeg ik pruimtabak waar ik met dichtgeknepen ogen op zat te kauwen en daar werd ik natuurlijk strontziek van en kwam er van aan de schijt zoals ze dat noemden ha, ha. Daar had de boer dan weer een hoop plezier van.

Helpen op het land deed ik altijd, zodra de boer op het land was, was ik er ook. De werkzaamheden bestonden uit het rapen van aardappelen het trekken suikerbieten en knollen. Dat waren van die knollen aan de onderkant wit en aan de bovenkant blauw. De knollen hadden een scherpe smaak maar waren heel lekker vond ik. Het was ongeveer de smaak van een radijs. Nu zoek ik ze nog wel eens als we een eindje aan het rondtoeren zijn, maar je ziet ze niet meer. Ze werden gebruikt om de koeien bij te voeren. Suikerbieten, het maaien van gras, hooien, rogge maaien, schoven zetten en dorsen.

In de winter werden ook de suikerbieten gemalen in een hakselmolen die nog met de hand aangedreven werd en aan de koeien gevoerd.

Hij had er maar een stuk of vijf denk ik op de deel staan plus het paard.

Het was nog een echt keutel boertje die zichzelf nog kon bedruipen en leefde van de opbrengst van zijn kleine stukje grond en de dieren die hij had! Nog nooit van landbouw subsidies en dergelijke gehoord denk ik.

We hebben het over de jaren vijftig van de vorige eeuw natuurlijk. Nog voor de Rabobank  alle boeren op het schulden pad had gebracht.

Ook zei hij vaak hier heb je een cadeau van me en dan kreeg je een uitgekauwde pluk pruimtabak in je hand gedrukt. Als klein ventje hielp ik mee en mocht dan op de bok zitten toen de gierton over het weiland uit gesproeid moet worden. Ja, toen wilde ik natuurlijk zelf de klep open zetten ging niet naast de kar staan maar er recht achter staan en kreeg toen de volle laag over mij heen zat van boven tot onder, onder de gier en stonk een uur in de wind. Mijn moeder was daar dus weer helemaal niet blij mee en dacht vaak was ik maar in Deventer blijven wonen hij komt helemaal op het verkeerde pad zo. Ik denk wel dat ik daar mijn krullen van heb overgehouden!

Op het einde van de zomer kwam de dorsmolen bij hem een geweldige grote machine in een houten gevaarte waar alles aan kon draaien en bewegen. Je ziet ze soms nog op een van de oogstfeesten in het land. Neem dan eens gewoon even de tijd als ze het apparaat laten draaien. Het is net een kermis attractie. 

Prachtig vond ik dat. Echt alles beweegt aan zo'n apparaat, geweldig.

Daar heb ik dan vaak ook aan mee geholpen. Dan kwamen ook de buren en de zoon van de boer helpen. Niet alle buren kenden de noaberplicht maar werden ook niet zo geaccepteerd bij de boeren.

Buiten stond vaak een grote ketel waar veel uitgelopen en overgebleven aardappelen in werden gekookt voor de varkens. Dat kon gewoon nog met een stel blokken hout er onder, het vuurtje aan en koken met die handel. Aardappelen in de schil die krijg je nu in een zilverpapiertje gewikkeld in een restaurant en was toen gewoon voer voor het varken. 

De varkens zaten in de schuur naast de boerderij. De varkens konden ook lekker in de modder wroeten achter hun schuur. In de schuur stonden ook de kalfjes waar je dan mee mocht helpen om ze wei te laten drinken uit een emmer. Of met de fles. Ze sabbelt ook graag op je handen in plaats van op de fles. Overal liepen katten die spontaan geboren werden op het erf. Muizen waren er genoeg voor de katten. Katten voer kregen ze niet ze moesten werken voor de kost. Muizen vangen dus.

Achter de boerderij stonden twee hooibergen daar kon je met je vriendjes en vriendinnetjes uren doorbrengen en sterke verhalen vertellen en drop eten, zonder dat de boer wist dat er volk op het erf was. Of gewoon met de kleine bont gekleurde nog vaak blinde poesjes spelen die in prachtige nestjes lagen in de hooiberg. Ook de pruimen, peren en appelbomen van de boer waren niet veilig voor ons!

Zoals ook zijn roeiboot! Die we regelmatig van hem leenden. De roeiboot had zijn oorsprong vanuit de tijd dat er nog een voetveer dienst was tussen Epse en Wilp op dit punt! Hoofdzakelijk voor de kerkgangers in die tijd. Langs ons huis liep een voetpad links naast ons huis onder langs het bouwland naar het huis van boer Dommerholt. Oude Epsenaren gebruikten het recht van overpad ook toen wij er woonden. Daar hadden we geen problemen mee.

Volgende verhaal: Fam Frits Drijver en Fam Frank van Orden

 

© Frits Stempher


 

E-mailen
Map
Info