FritsEllen 
Geniet vandaag gisteren is voorbij en morgen is je nooit beloofd!

De natuur rond ons huis.

Na de hele mooie vaak strenge winters begon alles weer kleur te krijgen. Eerst had je de bloesem dragende bomen in roze en wit, die het groen grijs van de winter weer kleur gaven. Volgend door de knoppen in de bomen die langzaam los gingen in alle groentinten die er zijn, om de rest van de trieste winterkleuren te doen veranderen in een verse groene oase. De mensen werden weer een stuk vrolijker en zagen de wereld weer van de zonnige kant.

In het voorjaar stond het langs de weg vol speenkruid, en weer iets later had je zeepkruid, koekoeksbloemen en heel veel margrieten. In de weilanden waren de mei-bloemen, pinksterbloemen en duizenden paardebloemen de eersten. Ook daar heel veel margrieten.

Als kind was het in het ook altijd een sport zoveel mogelijk meikevers te vangen in grote flessen. Honderden meikevers kon je in zo'n fles verzamelen. Als je er veel had en deze trots thuis had laten zien liet je ze ook weer los natuurlijk. De vogels waren druk bezig met het bouwen van hun nesten en ze waren allemaal in rep en roer en vochten om de vrouwtjes. Ook om de mooiste plekken te vinden om hun nest te bouwen. De een hoog in de boom de ander laag bij de grond. Zwaluwen hadden we ook altijd onder aan de dakrand zitten in hun keurig zelf van klei uit de klei wallen van de IJssel gemaakte nesten.

Je kon in de zomer heerlijk genieten van de zon de rust en de vrije natuur om je heen de vele wilde vogels die er toen nog waren. Het was vaak zoeken naar een beetje schaduw onder een van de bomen. Als het echt warm zomerweer was dan werd het hars van de dennenbomen vloeibaar, ze begonnen dan heerlijk te ruiken. Je zag dan de hars gesmolten door de zon in stroompjes langs de boom naar beneden lopen.

Die heerlijke geur van de hars en de dennenbomen als het hoogzomer is, kan ik nu nog ruiken als ik er aan terug denk! Drukkend heet kon het zijn. Er waren volop insecten. De bijen waren op het einde van de zomer over actief en dan was het oppassen geblazen, maar je kon er niet aan ontkomen. Regelmatig werd je wel gestoken. We plukten emmers vol bramen in de rissen tussen de weilanden om er jam van te maken, voor onszelf en voor de ouders van de vriendjes. Het najaar had ook weer zijn leuke kanten storm regen vallende bladeren waar je tot aan je knieën in zakte. Golven met bladeren schopte je vooruit als je er doorheen wandelde. 

 

In de herfst stonden er in het bos op bepaalde plekken de mooiste paddenstoelen! Je kreeg in die tijd nog een opdracht op school om zoveel mogelijk paddenstoelen te verzamelen. Alle kinderen gingen dan de bossen in om ze te plukken en ze vervolgens in een schoenendoos te zetten in een bedje van mos, om ze op school te laten zien aan de juffrouw. Daar kreeg ik meestal zelfs hoge cijfers voor. Je moest altijd zoeken naar mooie maar ook zeldzame exemplaren. Want daar konden ze op school dan weer een mooi verhaal van maken met verwijzingen naar de natuur platen aan de muur.

Weidechampignons vond je er ook, vooral in de weiden waar de grote zware Belgische trekpaarden van Jans Nieland liepen.

De herfst bracht ons ook vele tamme kastanjes, we klommen dan in de boom om ze eruit te schudden. De kastanjes die bleven hangen werden met behulp van stokken uit de boom gegooid. Soms bleven ze hangen in de takken en die kreeg je later met een zuchtje wind weer op je hoofd.

Wij hadden er ook een bij ons op de oprit. Die was niet zo groot, je kon ze zo oprapen van de grond. Je kon ze gemakkelijk uit de boom krijgen zonder dat het al te veel moeite kostte. 

Op het kruispunt van de Weertsweg en de Bolmansweg stonden er ook een paar, en op de heuvel bij de Blocq van Scheltinga aan de rand van het weiland stonden een paar hele grote. Je moest altijd alert blijven want dan waren er ook kapers op de kust, mensen die je nooit zag maar dan ineens (jouw) kastanjes gingen pikken. Ze kwamen zelfs van verre. De kastanjes waren het lekkerst als ze zo uit de bolster kwamen en nog een witte rand hadden! Een dergelijk bolster had scherpe stekels en de beste manier om ze open te krijgen was ze half aan onder een van je schoenen te doen en de andere er dan op te zetten. Zo trok je de bolster open. Poffen deden we ook en heel wat kastanjes belanden dan ook bij ons op de kachel in de keuken, vaak knalden ze zo van de kachel als ze open sprongen. Het velletje om deze kastanjes bezorgen je ook altijd pijnlijke nagels. Binnen no time werd dat goedje steen hart onder je nagels. Je kon er ook kastanje soep van maken. Beukennoten belanden zo ook op de kachel en waren prima te eten. Het was dan ook de tijd voor de eikels en de wilde kastanjes waar poppetjes van gemaakt werden door er lucifer houtjes in te steken en of gewoon bewaard werden omdat ze zo mooi waren. Donker rood en ze glommen prachtig. Eikels heb ik veel geraapt met vriendjes en in zakken en emmers verzameld. Het meest met mijn vriendje Hans. De eikels brachten we naar de molen of naar Kamphuis en werden voor varkensvoer gebruikt. Ook langs de Deventerweg stonden prachtige Amerikaanse eikenbomen waar we ze met een hark bij elkaar konden harken. Dat leverde ons een aardig extra zakcentje op! Voor een dubbeltje kocht je bij kruidenier Braskamp al een puntzakje zwart op wit (zuigen aan het puntje tot het een vieze zwarte klont was of gewoon van je hand likken, tot die donkerbruin was (ik proef het weer als ik dit opschrijf). Voor een kwartje kon je uit de automaat bij Van Asselt een Kwattareep (of was het Verkade?) halen. Soms kwam iemand tot de ontdekking dat het ding kapot bleek te zijn en behalve je reep ook je kwartje weer keurig uitspuugde. Dat ging dan met de tamtam rond bij de dorpsjeugd. Dan was het druk bij de automaat!

 

Volgende verhaal: Klimmen en klauteren


 

E-mailen
Map
Info