FritsEllen 
Geniet vandaag gisteren is voorbij en morgen is je nooit beloofd!


Hoofdstuk 2.

Ons gezin.

Vanaf dat moment heb ik hier mijn jeugd doorgebracht aan de klinkerweg welke de verbinding is tussen het dorp en de IJssel.

Een verbouwde boerderij (nou ja verbouwd) met een rieten dak, het huis was wit met geel groen en zwarte luiken. Het huis had van oorsprong de naam de Leistert en dit boerderijtje behoorde in vervlogen tijden bij het landgoed het Hassink! 

Ik ben er opgegroeid in een gelukkig arbeiders gezin. Zoals ik al zei was mijn vader Boswachter, Jachtopziener, huisman en Tuinman van de toenmalige president directeur van Thomassen en Drijver in Deventer. 

Moeder werkte in de huishouding en was ook de huis kok voor dezelfde baas. Ik heb één zus Marthie en twee broers Willem en Jacob. Ons huis stond op een heuvel en op de dijk in de belte zoals ze het noemden aan de rand van het bos en onze oprit was tevens de oprit van onze qua centen rijkere achter buren. Naast ons huis was een weiland en bouwland van een oude boer die een eindje verderop woonde richting de IJssel.

 Voor het huis stond een groene houten handpomp. Ook in de keuken hadden we de eerste jaren een handpomp met heerlijk koud grondwater! Riolering, daar had men toen in het buitengebied nooit van gehoord en de wc kwam uit in een zinkput welke één maal per jaar door een boer in de buurt werd leeggepompt om vervolgens weer over het land te worden uitgestrooid voor de bemesting van de rogge of haver en de weilanden. 

Voor het huis liep het water uit de keuken, via een put iets verder gewoon door een goot welke na 10 meter gewoon weer boven de grond naar een lager gelegen stuk tuin liep. Wat wel vaak stonk natuurlijk! Maar ja dat was normaal en hoorde bij de toenmalige tijd. Op de plek waar het afvalwater de grond in trok, kon j e heel goed pieren zoeken om te vissen. Onder aan de heuvel stond het grijze duivenhok van mijn vader. Ik had het er prima naar mijn zin je kon er heerlijk spelen. Er stonden bij ons huis heerlijke pruimen bomen met grote gele en blauwe pruimen er aan. De gele werden ook door de bijen en wespen als lekkernij gezien en die waren er dan ook in overvloed. Verder ook kastanjebomen en mijn moeder had eerst een hele grote tuin vol met dahlia's in alle soorten en maten en kleuren. De bloemen werden veelvuldig door mijn moeder geplukt en als ze zelf genoeg bloemen thuis had, dan werden vele bossen bloemen weggegeven aan buren of vrienden, familie of kennissen die er weer blij mee waren! In de dahlia's zaten veel oorwormen weet ik mij nog te herinneren. Ook een groente tuin hadden we natuurlijk waar in alle jaargetijden groente geoogst werd. De dahlia knollen gingen allemaal in de winter de kelder in en werden goed ingepakt in stro oude kleden en jassen gingen er overheen. De groente werd gekookt en in weckflessen gedaan om vervolgens ook in de kelder te verdwijnen. Dan moesten we eerst helpen met het draaien van de snijbonenmolen en het doppen van de doppers enz. Sla was er ook altijd in overvloed. De slaplantjes moest je niet allemaal tegelijk planten anders waren ze ook allemaal gelijk klaar om te eten. Spinazie was er ook altijd even als bloemkool, dat ging echter wat moeilijker daar kwam altijd ongedierte in. Waar vervolgens de DDT spuit (insecticide) werd opgezet welke later verboden werd. Het was namelijk bijzonder slecht voor de gezondheid. 

Later hebben de dahlia's en de groente plaats gemaakt voor een groot gazon. Dit gebeurde op het moment dat de verhoogde dijken werden aangelegd en wat ook het aanzien van ons huis veranderde. We stonden niet meer op de dijk maar er plotseling achter. De oude tuin was door de grote graafmachines een grote puinhoop geworden en toen is meteen het besluit genomen om er een groot gazon van te maken. Wat een hele klus was om deze te maaien met een kleine handmaaimachine. Ook ons uitzicht over de akkers en weilanden van boer Dommerholt behoorden tot het verleden. 

De winters waren natuurlijk ook prachtig vooral als er veel sneeuw lag! We bouwden dan springschansen voor onze slee en gingen met donderend geweld van de heuvels af. 

In de beginjaren waren er bijna geen kinderen in de buurt. Alleen mijn broers en zus. Maar ja die waren al weer een stuk ouder en moest mij natuurlijk meer zelf vermaken. Het besef van het mens zijn kwam al vrij snel en de herinneringen van de beginjaren weet ik nog tot op de dag van vandaag.

De teil, kou, angst maar ook plezier en de ellende op school staan in mijn hersenen gegrift.

 Volgende verhaal: Ons huis



 

© Frits Stempher

E-mailen
Map
Info